Wat wil je later worden?
- 28 sep 2025
- 7 minuten om te lezen
Op de vraag ‘Wat wil je later worden?’ was mijn antwoord altijd: mama.Ik droomde van een groot gezin, een ronde tafel en een grote pot Nutella in het midden. Dat was mijn allerdiepste wens sinds ik zelf een kind was. En vandaag besef ik maar al te goed hoe gezegend ik ben met mijn prachtige chaoscrew. Ze vullen mijn huis met leven en roepen me, om de beurt en vaak door elkaar, met die ene naam die ik altijd al het liefste wilde horen: mama.
Mijn grote inspiratiebron was altijd mijn memeetje. Toen ik een kind was, was zij de ‘crèche’ voor mij terwijl mijn ouders moesten werken. De warmte en liefde die zij gaf, is voor mij altijd het allerbeste voorbeeld geweest – zowel in hoe ik mijn werk vormgeef als in hoe ik mijn mama-zijn invul.
Maar naast mama zijn zat er ook al van kinds af een geboren commercante in mij. Als tiener maakte en verkocht ik juwelen, in mijn twintiger jaren bedrukte ik kinderbadpakken en T-shirts. Het waren de pop-ups avant la lettre. Maar wat bleef is dat ik, amper 18 jaar oud, een kindercrèche startte. Iets waar ik toen, onwetend – noem het naïef – aan begon, maar waar ik nu, bijna 18 jaar later, vol trots naar kijk. Wat ooit startte als een minicrèche met 22 kinderen resulteerde in 2 kinderdagverblijven met maar liefst een capaciteit van 90 kinderen.
Het is niets nieuws dat -agentschap Opgroeien- (vroeger en vandaag nog steeds beter bekend als Kind & Gezin) mijn beste vrienden niet zijn. De inefficiënte, incompetente manier waarop zij hun zaken regelen, doet mijn hersenen meer dan eens kortsluiten.
Toen we besloten onze buitenschoolse opvang stop te zetten eerder dit jaar, was ik op zoek naar een nieuwe uitdaging. Een plek waar ik mijn creatief ei kwijt kan, maar vooral een omgeving waarin de moetjes en regeltjes opmerkelijk minder aanwezig zijn. Een plek met minder verantwoordelijkheid, waar mijn hart een sprongetje maakt in plaats van dat mijn hoofd vol stress zit. Een plek waar niet alleen de mensen die er komen kunnen onthaasten, maar waar ook ik op een soort slowbutton kan drukken vanaf het moment dat ik er binnenstap.
Naast het onthaasten, moest het voor mij ook een plek zijn waar jonge mama’s en papa’s met hun kinderen welkom zijn. De laatste jaren is het een trend geworden om je kinderen ergens te droppen voor ‘me-time’, ‘Q-time’ of ‘friends-time’ – iets waar ik persoonlijk geen fan van ben. Ik vind het veel waardevoller om een plek te hebben waar je wél samen met je kinderen kunt genieten. Ik ben altijd van het principe geweest: ik wil kinderen, en ik wil er zo vaak mogelijk zelf voor zorgen. Daarom is de crèche tijdens het opgroeien van mijn kinderen altijd zo’n dankbare onderneming voor mij geweest. Mijn vele werkuren hebben nooit verhinderd dat ik een aanwezige mama kon zijn.
Dit mocht in mijn nieuwe project niet anders zijn. Begrijp me niet verkeerd: ik judge geen ouders die het anders zien. Ik betreur alleen dat het ‘kids droppen’ tegenwoordig zo gehypet wordt. En naar mijn mening hoeft het helemaal niet zo te zijn.
Op momenten dat de stress de bovenhand neemt, en de werkdruk me een minder geduldige of aandachtige mama maakt, word ik vanbinnen immens lastig. (En nog lastiger om mee samen te leven 🙈) We kennen het allemaal: dat schuldgevoel wanneer je de tijd uit het oog verliest en je ze te laat van de sportclub ophaalt. Of halverwege de voormiddag beseft dat hun zwemzak nog thuis ligt. Maak je geen illusies: alle balletjes in de lucht houden is ook hier een dagelijkse struggle. Een jungle waarin ik door de bomen het bos vaak niet meer zie.
We zouden hier als vrouwen allemaal massaal aan één touw moeten trekken. Want als we eerlijk zijn – maar écht, tot op het bot eerlijk – dan moeten we toegeven dat we diep vanbinnen allemaal ploetermoeders zijn. Jammer genoeg kom je aan de schoolpoort altijd ook de luizenmoeders tegen. Je kunt er niet omheen. Het is een kleine minderheid, maar ze bestaan: de types die afkeurend kijken wanneer je – met je haar in je tanden en 15 minuten te laat – je kind aan school afzet, terwijl je met wat speeksel op je duim snel de laatste smeerkaasrestjes van z’n mondhoeken wrijft.
Ik ben intussen 12 jaar moeder van vier pareltjes. Ik ben immuun geworden voor luizenmoeders. Doorheen de jaren – en de kinderen – heb ik genoeg antistoffen opgebouwd om ze te negeren. Maar ik wil hier even op de barricade staan voor alle onzekere jonge moeders: laat ze! Laat ze denken wat ze willen. Laat ze een kutopmerking mompelen. Laat ze gewoon. Deze wijsheid haalde ik afgelopen zomer uit The Let Them Book van Mel Robbins.
Weet dat er voor elke luizenmoeder minstens tien ploetermoeders naast je staan, die godverdikke heel fier zijn op hoe jij het allemaal klaarspeelt. Never forget.
Maar dat het vaak onredelijk zwaar voelt, daar hoef je geen enkele vrouw van te overtuigen. Waar huisvrouwen vroeger ‘het menagewerk’ deden en manlief de kostwinner was, staan vrouwen anno 2025 voor enorme uitdagingen om alles klaargespeeld te krijgen.
En zo ontstond Pistache. Niet zomaar een koffiebar, maar mijn eigen kleine slowbuttonplek. Een plek waar ik zelf kan ademhalen, creatief kan zijn en weer even tot mezelf kom – terwijl de chaos van het dagelijkse leven (en de opstapelende was) even buiten blijft. Hier draai ik letterlijk en figuurlijk de knop om. Een kop koffie, geïnspireerd raken door de mooie schildertekeningen waarmee mijn klanten het servies omtoveren tot een pièce unique. En het geluid van kinderen die lachen en spelen om me heen. Het is een plek waar je even mag vertragen, waar een (h)eerlijk gesprek, een glimlach of een vlekje verf belangrijker is dan de tijd.
Maar Pistache is ook een plek waar ouders en kinderen samen kunnen genieten. Precies wat ik wilde: twee vriendinnen die een koffie slurpen, af en toe onderbroken worden door een vuile luier of een “ik moet pipi doen”, maar waar ze zich niet hoeven op te winden dat het lawaai van hun kinderen als storend zal worden ervaren. Eventjes ventileren zonder schuldgevoel.
Een plek waar kinderen kunnen ontdekken, spelen en creatief bezig zijn, terwijl ouders niet het gevoel hebben dat ze moeten presteren of op hun klok kijken. Hier mag je chaos zijn, maar op een fijne manier.
Alles wat ik leerde als mama, als ondernemer, als ploetermoeder, heb ik meegenomen in Pistache. Het is mijn manier om anderen te laten voelen wat ik zelf altijd zo hard nodig had: ruimte, warmte, creativiteit en een beetje vrijheid om te ademen. Want twee keer knipperen met je ogen en ze zitten in het middelbaar. En wellicht is er ergens een ploetermoeder daarbuiten die me zou zeggen: nog twee keer knipperen en ze zitten op kot. Dus net daarom: geniet ervan. Leer opnieuw genieten, ademhalen met je kinderen dicht bij je, want ze zijn groot voor je het weet.
“If you don’t like where you are, move – you are not a tree,” zei Jim Rohn ooit. Die zin inspireerde me al een paar keer in mijn leven. Mijn gezinsleven nam vijf jaar geleden een drastische wending, en afgelopen maand ook mijn professionele leven. En dat voel ik aan alles. De combinatie van Pippo & Pistache bracht me opnieuw in balans.
Pippo is mijn vijfde kindje. Het was mijn eerste kindje, klein ontstaan in 2008, en het is een voorrecht dat ik, dik 17 jaar later, nog steeds het blinde vertrouwen krijg van al die ouders. Hoewel de job an sich me nog steeds elke dag triggert en prikkelt, blijft het een niet te onderschatten onderneming. Je moet voortdurend op tientallen domeinen excelleren en fouten zijn quasi altijd onvergeeflijk.
Daarnaast een onderneming als Pistache kunnen en mogen runnen voelt elke dag als een ongelooflijk cadeau.
Ik ben nu 35. Ik heb me jarenlang geërgerd en gefrustreerd omwille van het ontbreken van een bachelor- of masterdiploma. Ik moest zoeken naar een balans in een co-ouderschapregeling. Mijn hart moest een evenwicht vinden om me niet continu schuldig te voelen wanneer we in ons nieuwe gezin ergens heen gingen terwijl de oudste drie bij hun papa waren. Ik moest mezelf meer dan eens opnieuw opladen wanneer zorginspectie met de meest idiote flauwekul op de proppen kwam en – hoe idioot ook – wij ernaar moesten schakelen. Ik vloekte, huilde, schreeuwde, ontelbare keren. Telkens wanneer ik het gevoel had dat ik overal achter de zaken (maar eigenlijk vooral achter mezelf) aanholde. Maar zoals mijn maatje Claire het altijd zo mooi zegt: “bleitn & voortdoen.” En dat deed ik.
Ik weet niet vanwaar dat komt. Maar ik heb – zonder dat ik het besef – de neiging om telkens in het laatste kwartaal van het jaar de balans van mijn leven op te maken. En dit jaar kan ik zeggen: dit is hoe het moest zijn. Met een hoofd vol plannen, de geur van koffie en mijn opgroeiende kinderen rond mij heen: dit is waar ik hoor. Dit is hoe ik het als kind in mijn hoofd had. Eindelijk ben ik op de (verre van perfecte) plek waar alles klopt, waar mijn hart en hoofd tegelijk kunnen ademhalen.
Het is zondag. Manlief is gaan fietsen en stuurde me toen hij vertrokken was: “Leuke zondagochtend. Zo heb ik ze graag. Ik zie je graag 😘”Ik glunder bij het lezen. Ik pak zonder erover na te denken mijn computer vast en denk: ik voel een blog opkomen.
Ik zit aan mijn keukentafel en het zonlicht valt over mijn computer en mijn (hoe kan het ook anders) tas koffie. Het licht valt precies goed, letterlijk en figuurlijk. Voor het eerst in lange tijd lijkt alles op zijn plek te vallen. Ik denk zelfs dat ik kan zeggen dat ik mezelf volledig teruggevonden heb – het mooiste gevoel ter wereld, dat ik iedereen alleen maar kan toewensen.
Het parcours was hobbelig. Niet alles liep zoals gedacht. En ik zal de komende jaren nog wel elvendertig keer met mijn kop tegen de muur aanbotsen… en met mijn teen tegen de salontafel. Maar hé, dat is oké.
Ik ben omringd door mijn favoriete mensen. Ik vertrek elke dag naar werk die ik waanzinnig graag doe. En dat, dat is rijkdom.
X,
EJ


Opmerkingen